trans
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- trans
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | trans | transen |
| verkleinwoord | transje | transjes |
Zelfstandig naamwoord
trans m
- een omgang op de top van een toren
- De boogschutters stonden gereed op de trans.
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | trans |
| verbogen | (alleen predicaat) |
Bijvoeglijk naamwoord
trans
- (scheikunde) aan gene zijde van het cetrale atoom of de dubbele binding
- Deze dubbele binding is niet cis maar trans.
Antoniemen
Latijn
Voorzetsel
trăns + accusatief
- aan de andere kant van, over
- «Trans Padum.»
- Aan de overkant van de Po.
- «Trans Padum.»
- naar de andere kant van, over
Synoniemen
- [1] ultra