trans

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • trans
enkelvoud meervoud
naamwoord trans transen
verkleinwoord transje transjes

Zelfstandig naamwoord

trans m

  1. een omgang op de top van een toren
    De boogschutters stonden gereed op de trans.
stellend
onverbogen trans
verbogen (alleen
predicaat)

Bijvoeglijk naamwoord

trans

  1. (scheikunde) aan gene zijde van het cetrale atoom of de dubbele binding
    Deze dubbele binding is niet cis maar trans.
Antoniemen


Latijn

Voorzetsel

trăns + accusatief

  1. aan de andere kant van, over
    «Trans Padum.»
    Aan de overkant van de Po.
  2. naar de andere kant van, over
Synoniemen
Antoniemen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen