traject

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tra·ject
enkelvoud meervoud
naamwoord traject trajecten
verkleinwoord trajectje trajectjes

Zelfstandig naamwoord

traject o

  1. (wiskunde) de af te leggen of afgelegde weg van een voorwerp door de ruimte
Vertalingen