traject
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- tra·ject
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | traject | trajecten |
| verkleinwoord | trajectje | trajectjes |
Zelfstandig naamwoord
traject o
- (wiskunde) de af te leggen of afgelegde weg van een voorwerp door de ruimte