tong

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken
tong van een hond

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tong
enkelvoud meervoud
naamwoord tong tongen
verkleinwoord tongetje tongetjes

Zelfstandig naamwoord

tong m

  1. (anatomie) beweeglijk lichaamsdeel in de mond; wordt gebruikt bij het spreken, proeven, kauwen en slikken en het schoonhouden van het gebit.
    De brutale jongen stak zijn tong uit naar de agent.
  2. wat gesproken wordt.
    De tong van die streek is moeilijk te verstaan.
  3. wat de vorm van een tong (1) heeft, bijvoorbeeld een landtong of de tong van een schoen.
    De landtong loopt een heel eind in de oceaan.
  4. een om zijn verfijnde smaak gewilde soort van platvis (Solea solea).
    In het restaurant bestelde de man altijd tong.
  5. bij een slot: dat gedeelte van de schieter dat naar buiten komt.
  6. onderdeel van een muziekinstrument.
    Een doorslaande tong is een strip van metaal, die in een precies passend frame vastgeklonken wordt.
Vertalingen
Synoniemen
Verwante begrippen
Spreekwoorden

Meer informatie


Fries

Zelfstandig naamwoord

tong g

  1. platvis
Persoonlijke instellingen