tonen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- to·nen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| tonen |
toonde |
getoond |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
tonen
- (onovergankelijk) een bepaalde indruk geven
- (overgankelijk) laten zien
- Dat toonde hoe moedig en capabel hij werkelijk was.
- (overgankelijk) duidelijk maken
- (overgankelijk) blijken te bezitten
- (wederkerend) zich ~: zich doen kennen als
Verwante begrippen
- bewijzen, manifesteren, tentoonspreiden, uiten, uitwijzen, vertonen
- laten blijken, laten zien
Vertalingen
2. laten zien
Zelfstandig naamwoord
tonen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord toon
Hyponiemen
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Zwak werkwoord (-d) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Niet-samengesteld werkwoord in het Nederlands
- Onovergankelijk werkwoord in het Nederlands
- Overgankelijk werkwoord in het Nederlands
- Wederkerend werkwoord in het Nederlands
- Zelfstandig-naamwoordsvorm in het Nederlands