tonen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • to·nen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
tonen
toonde
getoond
zwak -d volledig

Werkwoord

tonen

  1. (overgankelijk) laten zien
    Dat toonde hoe moedig en capabel hij werkelijk was.
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

tonen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord toon
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen