tonen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- to·nen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| tonen |
toonde |
getoond |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
tonen
- (overgankelijk) laten zien
- Dat toonde hoe moedig en capabel hij werkelijk was.
Vertalingen
1. laten zien
Zelfstandig naamwoord
tonen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord toon