tolk
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- tolk
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | tolk | tolken |
| verkleinwoord | tolkje | tolkjes |
Zelfstandig naamwoord
tolk m
- een persoon die gesproken tekst (meteen) vertaalt naar gesproken tekst in een andere taal
- Ik wil graag als tolk voor uw bedrijf werken.
Hyperoniemen
Vertalingen
1. een persoon die gesproken tekst (meteen) vertaalt naar gesproken tekst in een andere taal
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| tolken |
tolk
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tolken
- Ik tolk.
- gebiedende wijs van tolken
- Tolk!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tolken
- Tolk je?
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Noors
Uitspraak
Woordafbreking
- tolk
Woordherkomst en -opbouw
- Afkomstig van het Oudnoorse woord tulkr.
Zelfstandig naamwoord
tolk m
- (taalkunde) tolk
- «Jeg har fått melding om at både han og tolken er i god behold.»
- Ik heb een bericht ontvangen dat zowel hij als de tolk in goede conditie zijn.
- «Jeg har fått melding om at både han og tolken er i god behold.»
- spreker, woordvoerder
Verbuiging
| enkelvoud | meervoud | |||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | tolk | tolken | tolker | tolkene |
| genitief | tolks | tolkens | tolkers | tolkenes |
Synoniemen
- [1] translatør
Afgeleide begrippen
- [1] døvetolk, tolketjeneste
Nynorsk
Uitspraak
Woordafbreking
- tolk
Woordherkomst en -opbouw
- Afkomstig van het Oudnoorse woord tulkr.
Zelfstandig naamwoord
tolk m
Verbuiging
| enkelvoud | meervoud | |||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | tolk | tolken | tolkar | tolkane |
| genitief | ||||
Synoniemen
- [1] translatør
Afgeleide begrippen
- [1] dauvetolk, tolketeneste