tolerantie
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: tolerantie (hulp, bestand)
Woordafbreking
- to·le·ran·tie
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | tolerantie | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
tolerantie v
- de bereidheid ander gedrag dan het eigen te dulden
- Terroristische aanslagen zetten de tolerantie onder grote druk.
- de speelruimte die men heeft bij het uitvoeren van een plan of bestek
- Je hebt maar een tolerantie van een tiende milimeter.
Synoniemen
- [1] lankmoedigheid, lijdzaamheid, verdraagzaamheid
- [2] marge, speling
Vertalingen
1. de bereidheid ander gedrag dan het eigen te dulden