toevoegden
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- toe·voeg·den
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| toevoegen |
toevoegden
- (in een bijzin) meervoud verleden tijd van toevoegen
- ...dat wij toevoegden.
- ...dat jullie toevoegden.
- ...dat zij toevoegden.
- ...dat wij toevoegden.