toepassing
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- toe·pas·sing
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van toepassen.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | toepassing | toepassingen |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
toepassing v
- een manier waarop iets gebruikt wordt
- Deze toepassing voor dit medicijn is pas kortgeleden ontdekt.
- het in de praktijk brengen van iets
- Bij de toepassing van de nieuwe methode is er iets misgegaan.
- (informatica) een computerprogramma
- De toepassing is afgesloten vanwege te weinig geheugen.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. een manier waarop iets gebruikt wordt
2. het in de practijk brengen van iets
1. een computerprogramma
Frase
- van toepassing zijn op -- gelden voor