toekomstig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • toe·kom·stig
stellend
onverbogen toekomstig
verbogen toekomstige

Bijvoeglijk naamwoord

toekomstig

  1. van de tijd die komen gaat
    Ik wil graag naar mijn toekomstige huis kijken.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen