toegeeflijk
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- toe·geef·lijk
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van toegeven met het achtervoegsel -lijk
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | toegeeflijk | toegeeflijker | toegeeflijkst |
| verbogen | toegeeflijke | toegeeflijkere | toegeeflijkte |
Bijvoeglijk naamwoord
toegeeflijk
- inschikkelijk, meegaand
- Hij is een zeer toegeeflijke man.