thuisland

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • thuis·land
enkelvoud meervoud
naamwoord thuisland thuislanden
verkleinwoord thuislandje thuislandjes

Zelfstandig naamwoord

thuisland o

  1. een gebied met een beperkt zelfbestuur binnen Zuid-Afrika dat als woongebied voor de Bantoes aangewezen is
    Het thuisland bevindt zich in Zuid-Afrika.