themapark

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • the·ma·park
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord themapark themaparken
verkleinwoord themaparkje themaparkjes

Zelfstandig naamwoord

themapark o

  1. een amusementsoord waar ter ontspanning en vermaak verscheidene attracties zijn opgesteld met aankleding in de stijl van een bepaald thema
Synoniemen

Meer informatie