thema
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- the·ma
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | thema | thema's, themata |
| verkleinwoord | themaatje | themaatjes |
Zelfstandig naamwoord
thema o
- een onderwerp dat behandeld wordt
- Het thema van vandaag is alcoholisme.
- een grondgedachte van een kunstwerk of muziekstuk
- Het oude thema werd gebruikt in een nieuw werk.
- (taalkunde) de stam
Vertalingen
1. een onderwerp dat behandelt wordt
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.