thema

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • the·ma
enkelvoud meervoud
naamwoord thema thema's, themata
verkleinwoord themaatje themaatjes

Zelfstandig naamwoord

thema o

  1. een onderwerp dat behandeld wordt
    Het thema van vandaag is alcoholisme.
  2. een grondgedachte van een kunstwerk of muziekstuk
    Het oude thema werd gebruikt in een nieuw werk.
  3. (taalkunde) de stam
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie