tersel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ter·sel

Niet in de woordenlijst van de Taalunie

Woordherkomst en -opbouw
  • > t(i)ercel> Frans tiercelet, dat aanduidt dat het mannetje vaak een derde kleiner is dan het wijfje
enkelvoud meervoud
naamwoord tersel tersels
verkleinwoord terseltje terseltjes

Zelfstandig naamwoord

tersel m

  1. (dierkunde), (valkerij): het mannetje van een roofvogelsoort
    ..... de twee duide-.
    Lijk jagende valken, die, zeg ik eerlijk,.
    Ons volgden van boomtop tot boomtop, altijd.
    Schreeuwend tussen beide, vrouwtje en tersel, ...[1]
Vertalingen
Verwijzingen
  1. Hoe het opent, en doorgaat te openen, Maria van Daalen. Nieuw Letterkundig Magazijn 17 (1999), p. 38-39