terrein
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ter·rein
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | terrein | terreinen |
| verkleinwoord | terreintje | terreintjes |
Zelfstandig naamwoord
terrein o
- een stuk grond van enige omvang
- Jullie mogen niet op andermans terrein komen!
- een onderwerp waarmee men zich bezighoudt
- Sorry, maar dat is niet mijn terrein.
Verwante begrippen
Hyponiemen
- aandachtsterrein, bedrijventerrein, bouwterrein, golfterrein, industrieterrein, naturistenterrein, natuurterrein, opstelterrein, raceterrein, speelterrein, voorterrein
Vertalingen
1. een stuk grond van enige omvang