termijn

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ter·mijn
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord termijn termijnen
verkleinwoord termijntje termijntjes

Zelfstandig naamwoord

termijn m

  1. een vast tijdstip waarop iets gaat gebeuren of iets gebeurd moet zijn
    Daar is een termijn voor gesteld.
  2. een begrensde tijdruimte waarin iets moet gebeuren
    Je hebt een termijn van 11 uur.
  3. een gedeelte van de schuld dat binnen een vaste periode betaald moet worden
    Wij doen helaas niet aan afbetaling in termijnen.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • op korte termijn
  • op termijn
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen