tering
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- te·ring
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van teren met het achtervoegsel -ing
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | tering | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
tering v
- consumptieve uitgaven
- Hij was gedongen de tering naar de nering te zetten.
- (geschiedenis), (medisch) een verzamelnaam voor ziektes zoals tuberculose en kanker die een dodelijke afloop hadden
- Men leefde in angst voor de tering.