tenietdoen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·niet·doen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
tenietdoen
deed teniet
tenietgedaan
onregelmatig volledig

Werkwoord

tenietdoen

  1. (overgankelijk) tot niets terugbrengen
    De geboekte economische vooruitgang werd tenietgedaan door het ineenstorten van de aandelenmarkt.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen