tehuis

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·huis
enkelvoud meervoud
naamwoord tehuis tehuizen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

tehuis o

  1. vaste verblijfplaats
  2. weeshuis
    Kinderen in tehuizen worden drie tot vier keer vaker slachtoffer van seksueel misbruik.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen