tegenstaan

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·gen·staan
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
tegenstaan
stond tegen
tegengestaan
klasse 6 volledig

Werkwoord

tegenstaan

  1. (inergatief) gevoelens van aversie oproepen
    Wat mij aan hem tegenstaat zal duidelijk zijn.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen