tegenstaan
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- te·gen·staan
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| tegenstaan |
stond tegen |
tegengestaan |
| klasse 6 | volledig | |
Werkwoord
tegenstaan
- (inergatief) gevoelens van aversie oproepen
- Wat mij aan hem tegenstaat zal duidelijk zijn.