tapir

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

tapir
Uitspraak
Woordafbreking
  • ta·pir
enkelvoud meervoud
naamwoord tapir tapirs
verkleinwoord tapirtje tapirtjes

Zelfstandig naamwoord

tapir m

  1. hoefdier, zo groot als een ezel en met een kleine beweeglijke slurf dat voorkomt in Zuid-Amerika en Zuidoost-Azië; naam voor soorten uit de familie Tapiridae Wikispecies-logo-en.png
    Met hun slurf kunnen tapirs twijgen van bomen en struiken rissen.
Overerving en ontlening
Vertalingen

Meer informatie


Catalaans

Zelfstandig naamwoord

tapir m

  1. tapir


Engels

enkelvoud meervoud
tapir tapirs

Zelfstandig naamwoord

tapir

  1. tapir


Frans

enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  tapir     le tapir     tapirs     les tapirs  

Zelfstandig naamwoord

tapir m

  1. tapir


Indonesisch

Woordafbreking
  • ta·pir
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

tapir

  1. (zoogdieren) tapir


Italiaans

enkelvoud meervoud
tapir tapiri

Zelfstandig naamwoord

tapir m

  1. tapir


Spaans

enkelvoud meervoud
tapir tapires

Zelfstandig naamwoord

tapir m

  1. (zoogdieren) tapir