tandsteen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tand·steen
enkelvoud meervoud
naamwoord tandsteen -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

tandsteen m en o

  1. (medisch) de afzetting van caliumzouten en verontreinigingen op gebitselementen
Vertalingen