talloos

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tal·loos
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van tal met het achtervoegsel -loos
stellend
onverbogen talloos
verbogen talloze

Bijvoeglijk naamwoord

talloos

  1. onmogelijk om te tellen
    Hoe talloos de denkende wezens ook zijn, ik zal ze bevrijden.

Hoofdtelwoord

talloos

  1. ontelbaar veel
    Er zijn talloze mensen dood door de ramp.

Bijwoord

talloos

  1. ~ veel: op ontelbare wijze veel
    Er zijn talloos vele mensen dood door de ramp.