tafel

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken
Een tafel met stoelen.

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ta·fel
enkelvoud meervoud
naamwoord tafel tafels
verkleinwoord tafeltje tafeltjes

Zelfstandig naamwoord

tafel v/m

  1. een meubelstuk met een of meer poten, bedoeld om dingen op te zetten.
    Zullen we de tafel buiten zetten? Dan kunnen we vanavond buiten eten.
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen