Uit WikiWoordenboek
tafel v/m
- een meubelstuk met een of meer poten, bedoeld om dingen op te zetten.
- Zullen we de tafel buiten zetten? Dan kunnen we vanavond buiten eten.
- tafelaansteker, tafelbel, Tafelberg, tafelberg, tafelbiljart, tafelblad, tafeldans, tafeldekken, tafeldienen, tafeldoek, tafeleend, tafelen, tafelgarnituur, tafelgenoot, tafelgenot, tafelgerei, tafelgerief, tafelgoed, tafelkleed, tafellaken, tafellinnen, tafelloper, tafelmanieren, tafelmatje, tafelmodel, tafelmuziek, tafelpoot, tafelrede, Tafelronde, tafelschel, tafelschikking, tafelschuimer, tafelservies, tafelspeech, tafelspel, tafelspringer, tafelstoel, tafeltennis, tafeltennisser, tafelvoetbal, tafelwater, tafelwijn, tafelzeil, tafelzilver, tafelzout, ter tafel
1. meubelstuk met een of meer poten, bedoeld om dingen op te zetten.