syncope
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- syn·co·pe
Woordherkomst en -opbouw
- Van het Oudgriekse συγκοπή.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | syncope | syncopes syncopen |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
- (medisch) plotseling bewustzijnsverlies
- (muziek) verlegging van de maataccenten
- Die syncopen rammelden een beetje, laten we het vanaf maat 13 opnieuw doen.
- (taalkunde) het wegvallen van een of meer klanken binnen een woord
- Als de elisie een klinker binnen het woord betreft, spreekt men van syncope.
Vertalingen
2. verlegging van de maataccenten
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.