svanger

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
En svanger kvinne.
Een zwangere vrouw.

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • svan·ger
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Duitse woord schwanger, dit met een Nederduitse oorsprong.

Bijvoeglijk naamwoord

svanger

  1. (medisch) zwanger
    «En svanger kvinne bør ikke drikke alkohol.»
    Een zwangere vrouw mag geen alcohol drinken.
  2. (figuurlijk) vol zitten voor
    «Jeg går svanger med planer om drivhus.»
    Ik zit vol ideeën voor een kas.
Verbuiging
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud svanger - -
o enkelvoud svanger
meervoud svangre
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
svangre - -
Synoniemen
Afgeleide begrippen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • svan·ger
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Duitse woord schwanger, dit met rrn Nederduitse oorsprong.

Bijvoeglijk naamwoord

svanger

  1. (medisch) zwanger
    «Ein mann i 20-åra er sikta for valdtekt av ei svanger kvinne.»
    Een man tussen de twintig en dertig jaar wordt beschuldigd wegens verkrachting van een zwangere vrouw.
  2. (figuurlijk) vol zitten voor
    «Jeg går svanger med ein plan om ein lengre tur frå Noreg til Finland.»
    Ik zit vol plannen voor een lange reis vanuit Noorwegen naar Finland.
Verbuiging
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud svanger - -
o enkelvoud svanger
meervoud svangere
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
svangere - -
Synoniemen
Afgeleide begrippen