stutten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- stut·ten
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| stutten |
stutte |
gestut |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
stutten
- (overgankelijk) iets door het plaatsen van een steun voor omvallen behoeden
- Die oude muur valt niet meer te stutten en moet afgebroken worden.
Vertalingen
1. iets door het plaatsen van een steun voor omvallen behoeden
Zelfstandig naamwoord
stutten mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord stut