stukslaan
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- stuk·slaan
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| stukslaan |
sloeg stuk |
stukgeslagen |
| klasse 6 | volledig | |
Werkwoord
stukslaan
- (overgankelijk) slaan tot iets breekt
- De inbreker had een ruitje stukgeslagen.
- (ergatief) gebroken raken
- Het schip was op de rotsen stukgeslagen.