stuit

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stuit
enkelvoud meervoud
naamwoord stuit stuiten
verkleinwoord stuitje stuitjes

Zelfstandig naamwoord

stuit v

  1. (anatomie) onderste gedeelte van de rug ter hoogte van het stuitbeen
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
stuiten

stuit

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van stuiten
  2. gebiedende wijs van stuiten