stuip
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- stuip
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | stuip | stuipen |
| verkleinwoord | stuipje | stuipjes |
Zelfstandig naamwoord
- (medisch) gewoonlijk meervoud: een abnormale (gesynchroniseerde) ontlading van zenuwcellen (neuronen) in de hersenen
Synoniemen
- epileptische aanval, aanval, toeval, convulsie
Anagrammen
Vertalingen
1. een abnormale (gesynchroniseerde) ontlading van zenuwcellen (neuronen) in de hersenen