studeer af
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- stu·deer af
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| afstuderen |
studeer af
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van afstuderen
- Ik studeer af.
- gebiedende wijs van afstuderen
- Studeer af!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van afstuderen
- Studeer je af?