structuur
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- struc·tuur
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | structuur | structuren |
| verkleinwoord | structuurtje | structuurtjes |
Zelfstandig naamwoord
structuur v
- de interne opmaak van een geheel
- Wat is de structuur van dat blad?
- de manier waarop een samengesteld geheel is opgebouwd