structuur

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • struc·tuur
enkelvoud meervoud
naamwoord structuur structuren
verkleinwoord structuurtje structuurtjes

Zelfstandig naamwoord

structuur v

  1. de interne opmaak van een geheel
    Wat is de structuur van dat blad?
  2. de manier waarop een samengesteld geheel is opgebouwd
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen