strooien

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • strooi·en
stellend
onverbogen (alleen
attributief)
verbogen strooien

Bijvoeglijk naamwoord

strooien

  1. van stro gemaakt
    Hij liep daar rond met de belachelijke strooien hoed.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
strooien
strooide
gestrooid
zwak -d volledig

Werkwoord

strooien

  1. (overgankelijk) verspreid neergooien
    De boer was het zaad al op de velden aan het strooien.
Afgeleide begrippen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen