strelen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- stre·len
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| strelen |
streelde |
gestreeld |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
strelen
- (overgankelijk) zachtjes met de hand over iets strijken
- Zijn ijdelheid werd met die opmerking gestreeld.
- (wederkerend) zich ~: zichzelf zachtjes aaien
Synoniemen
Vertalingen
1. zachtjes met de hand over iets strijken
2. zichzelf zachtjes aaien