streep
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- streep
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | streep | strepen |
| verkleinwoord | streepje | streepjes |
Zelfstandig naamwoord
- een min of meer rechte getrokken lijn of lijnstuk
- Als het fout is, zet de leraar er een dikke streep door.
- (figuurlijk) een begrenzing die niet overtreden dient te worden
- We zetten er een streep onder.
- Ik ging over de streep.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
- [2]: iemand over de streep trekken
Vertalingen
1. een min of meer rechte getrokken lijn of lijnstuk
iemand over de streep trekken
|