store

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sto·re
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord store stores
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

store v / m

  1. zonnegordijn aan de binnenkant van een venster, rolgordijn
  2. winkel
    store bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Hyponiemen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl

Werkwoord

vervoeging van
storen

store

  1. aanvoegende wijs van storen


Deens

Woordafbreking
  • sto·re

[[freq|249}}

Bijvoeglijk naamwoord

store, g / o

  1. bepaalde vorm enkelvoud van de stellende trap van stor

store, mv

  1. onbepaalde en bepaalde vorm meervoud van de stellende trap van stor
Afgeleide begrippen


Engels

Uitspraak
vervoeging
onbepaalde wijs to store
he/she/it stores
verleden tijd stored
voltooid
deelwoord
stored
onvoltooid
deelwoord
storing
gebiedende wijs store

Werkwoord

store

  1. opbergen
  2. opslaan
Synoniemen


enkelvoud meervoud
store stores

Zelfstandig naamwoord

store

  1. winkel
  2. voorraad
Synoniemen


Noors

Woordafbreking
  • sto·re
Naar frequentie 279

Bijvoeglijk naamwoord

store, m / v / o

  1. bepaalde vorm enkelvoud van de stellende trap van stor

store, mv

  1. onbepaalde en bepaalde vorm meervoud van de stellende trap van stor
Afgeleide begrippen
mv enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief               grote        

Zelfstandig naamwoord

store, mv

  1. grote
Uitdrukkingen en gezegden
  • både store og små
zowel grote als kleine


Nynorsk

Woordafbreking
  • sto·re

Bijvoeglijk naamwoord

store, m /v / o

  1. bepaalde vorm enkelvoud van de stellende trap van stor

store, mv

  1. onbepaalde en bepaalde vorm meervoud van de stellende trap van stor
Afgeleide begrippen
mv enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief               grote        

Zelfstandig naamwoord

store, mv

  1. grote
Uitdrukkingen en gezegden
  • både store og små
zowel grote als kleine