stol

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Woordafbreking
  • stol

Werkwoord

vervoeging van
stollen

stol

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stollen
    Ik stol.
  2. gebiedende wijs van stollen
    Stol!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stollen
    Stol je?


Deens

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse woord stóll

Zelfstandig naamwoord

stol g

  1. stoel
Verbuiging



Zweeds

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

stol g

  1. stoel
Verbuiging
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen