stoelgang

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stoel·gang
enkelvoud meervoud
naamwoord stoelgang
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

stoelgang m

  1. het proces van zich op gezette tijden ontlasten van fecaliën
    De stoelgang was gestoord als gevolg van zijn ziekte.
  2. medische term voor de menselijke uitwerpselen zelf
    Heeft u al stoelgang gemaakt?
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen