stiptheid

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stipt·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord stiptheid
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

stiptheid v

  1. de eigenschap om afspraken nauwgezet na te komen
    Zijn stiptheid is spreekwoordelijk.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen