stiptheid
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- stipt·heid
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | stiptheid | |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
stiptheid v
- de eigenschap om afspraken nauwgezet na te komen
- Zijn stiptheid is spreekwoordelijk.