stinken
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- stin·ken
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| stinken /ˈstɪŋkə(n)/ |
stonk /stɔŋk/ |
gestonken /ɣəˈstɔŋkə(n)/ |
| klasse 3 | volledig | |
Werkwoord
stinken
- (inergatief) een onaangename geur hebben
- Ga je eerst wassen, je stinkt!
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
Een uur in de wind stinken.
- Erg stinken.
Vertalingen
1. een onaangename geur hebben
Verwijzingen
Duits
Werkwoord
stinken