stik
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- stik
Bijwoord
stik
- als om te stikken
- Hij was stik verkouden en voelde zich beroerd.
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| stikken |
stik
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stikken
- Ik stik.
- gebiedende wijs van stikken
- Stik!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stikken
- Stik je?
Veluws
Bijvoeglijk naamwoord
stik