stijging
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- stij·ging
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van stijgen met het achtervoegsel -ing
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | stijging | stijgingen |
| verkleinwoord | stijginkje | stijginkjes |
Zelfstandig naamwoord
stijging v
- het stijgen, het hoger worden.
- De stijging van de kosten werd gecompenseerd door een toename van de omzet.