stiefvader

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stief·va·der
enkelvoud meervoud
naamwoord stiefvader stiefvaders
verkleinwoord stiefvadertje stiefvadertjes

Zelfstandig naamwoord

stiefvader m

  1. de echtgenoot van iemands moeder, die niet de eigenlijke vader is
    Het wilde tussen hem en zijn stiefvader niet erg boteren.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen