stiefvader
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: stiefvader (hulp, bestand)
Woordafbreking
- stief·va·der
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | stiefvader | stiefvaders |
| verkleinwoord | stiefvadertje | stiefvadertjes |
Zelfstandig naamwoord
stiefvader m
- de echtgenoot van iemands moeder, die niet de eigenlijke vader is
- Het wilde tussen hem en zijn stiefvader niet erg boteren.