stempel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Stempels.
De grote horizontale buizen zijn stempels.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stem·pel
enkelvoud meervoud
naamwoord stempel stempels
verkleinwoord stempeltje stempeltjes

Zelfstandig naamwoord

stempel m

  1. een voorwerp met een ingesneden oppervlak waarmee afdrukken gemaakt kunnen worden met inkt of in lak
    Hij zette er zijn stempel op.
  2. een afdruk van [1]
    Het stempel op de postzegel liet zien dat de brief in Rolde gepost was.
  3. (bouwkunde) balk of schoor ter ondersteuning
    De stempels blijven onder de bekisting van de betonbalken staan totdat deze voldoende verhard zijn.
    Er worden stempels gebruikt om de keerwanden van een bouwkuip uiteen te houden.
  4. (plantkunde) bovenste gedeelte van de bloemstamper
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
stempelen

stempel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stempelen
    Ik stempel.
  2. gebiedende wijs van stempelen
    Stempel!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stempelen
    Stempel je?