stempel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˈstɛmpəɫ/, /ˈstɛmpɔɫ/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /ˈstɛmpəl/
Woordafbreking
- stem·pel
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | stempel | stempels |
| verkleinwoord | stempeltje | stempeltjes |
Zelfstandig naamwoord
stempel m
- een voorwerp met een ingesneden oppervlak waarmee afdrukken gemaakt kunnen worden met inkt of in lak
- Hij zette er zijn stempel op.
- een afdruk van [1]
- Het stempel op de postzegel liet zien dat de brief in Rolde gepost was.
- (bouwkunde) balk of schoor ter ondersteuning
- De stempels blijven onder de bekisting van de betonbalken staan totdat deze voldoende verhard zijn.
Afgeleide begrippen
- stempelaar, stempelautomaat, stempelband, stempeldoos, stempelen, stempeling, stempelinkt, stempelkaart, stempelkussen, stempellokaal, stempelmerk, stempelsnijder
Vertalingen
1. een voorwerp met een ingesneden oppervlak waarmee afdrukken gemaakt kunnen worden met inkt of in lak
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| stempelen |
stempel