stekker

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
CEE 7-17 plug.jpg

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stek·ker
enkelvoud meervoud
naamwoord stekker stekkers
verkleinwoord stekkertje stekkertjes

Zelfstandig naamwoord

stekker m

  1. (elektrotechniek) het verharde uiteinde aan één of meerdere geleidende draden bedoeld om in een stekkerdoos gestoken te worden en elektrisch contact te maken
    Haal de stekker even uit het het stopcontact!
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen