steeg

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • steeg
enkelvoud meervoud
naamwoord steeg stegen
verkleinwoord steegje steegjes

Zelfstandig naamwoord

steeg v/m

  1. zeer smal straatje
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
stijgen

steeg

  1. enkelvoud verleden tijd van stijgen
    Ik steeg.
    Jij steeg.
    Hij, zij, het steeg.
    Het vliegtuig steeg op van de startbaan.