starter

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • star·ter
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van start met het achtervoegsel -er.
enkelvoud meervoud
naamwoord starter starters
verkleinwoord startertje startertjes

Zelfstandig naamwoord

starter m

  1. iemand die met iets begint
    Voor starters op de woningmarkt komt er een overgangsregeling.
  2. iemand die vanaf een startlijn aan een wedstrijd begint
    De eerste starters komen al binnen.
    Die sprinter is een van de beste starters ter wereld.
Synoniemen
Antoniemen

Meer informatie


Noors

Woordafbreking
  • star·ter

Werkwoord

starter

  1. tegenwoordige tijd van starte

Zelfstandig naamwoord

starter, mv

  1. onbepaalde vorm nominatief meervoud van start


Nynorsk

Woordafbreking
  • star·ter

Zelfstandig naamwoord

starter, mv

  1. onbepaalde vorm nominatief meervoud van start