starter
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- star·ter
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | starter | starters |
| verkleinwoord | startertje | startertjes |
Zelfstandig naamwoord
starter m
- iemand die met iets begint
- Voor starters op de woningmarkt komt er een overgangsregeling.
- iemand die vanaf een startlijn aan een wedstrijd begint
- De eerste starters komen al binnen.
- Die sprinter is een van de beste starters ter wereld.
Synoniemen
- [1] toetreder
Antoniemen
- [1] doorstromer
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Noors
Woordafbreking
- star·ter
Werkwoord
starter
- tegenwoordige tijd van starte
Zelfstandig naamwoord
starter, mv
- onbepaalde vorm nominatief meervoud van start
Nynorsk
Woordafbreking
- star·ter
Zelfstandig naamwoord
starter, mv
- onbepaalde vorm nominatief meervoud van start