stadjer
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- stad·jer
Niet in de woordenlijst van de Taalunie
Woordherkomst en -opbouw
- Is de tweede naamval van stad en betekent dus: (iemand) van de stad.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | stadjer | stadjers |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
- een inwoner van de stad Groningen
- Stadjers konden in een referendum hun oordeel geven.