staart
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- staart
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | staart | staarten |
| verkleinwoord | staartje | staartjes |
Zelfstandig naamwoord
staart m
- (zoötomie) een verlengstuk van de ruggengraat bij sommige dieren
- het achterste stuk van een vliegtuig of een auto
- een bundel lang haar
- Zij draagt haar haar in een staart.
- Bijnaam voor een jongen die zijn haar in een staart draagt
- Kunnen die staarten van hiernaast de muziek niet wat zachter zetten.
Afgeleide begrippen
Anagrammen
Vertalingen
1. een verlengstuk van de ruggengraat bij sommige dieren
2. het achterste stuk van een vliegtuig of een auto
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| staren |
staart