spuiten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spui·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
spuiten
spoot
gespoten
klasse 2 volledig

Werkwoord

spuiten

  1. (overgankelijk) onder druk een vloeistof snel door een nauwe opening doen uitstromen
    Hij spoot rode verf op de muur.
  2. (ergatief) het proces van snelle uitstroming van een vloeistof onder druk
    Het water spoot uit het gat in het vat.
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

spuiten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord spuit